© Copyright - Afslankstudio Marianne - All rights reserved

Ontwerp & realisatie door: Joël Basta

Bodysculptor

BodySculptor werd ontwikkeld in Frankrijk door artsen gespecialiseerd
in de behandeling van abdominale obesitas.

In 1998 werden de eerste bodySculptor behandelingen al uitgevoerd.
Al snel werd bodySculptor de marktleider in Frankrijk met meer dan 600 centra !

Bovendien wordt bodySculptor alsook in de medische wereld toegepast voor toepassingen zoals :
fybromyalgie, visceraal vet, diabetes, cholesterolverlaging, lymfoedeen, lymfedrainage,
recuperatie na zware sportinspanningen, ondersteuning van vruchtbaarheidsbehandelingen, enzovoort.

Extreem lage frequentievelden

BodySculptor is vooral een modern en efficiënte afslankende technologie.
Onder het effect van bio-magnetische golven worden de vrije vetzuren progressief vrijgemaakt,
afgescheiden en verwijderd door een efficiënte drainage.

De therapie combineert : een gepatenteerde medische technologie met een lymfedrainage.

1) de efficiëntie van extreem laag frequente velden
( E.L.F. of extreme low frequency, < 100Hz )


Gladde spieren
De specifieke golflengte stimuleert de samentrekking van
spieren zonder dat men dit merkt. 
De samentrekking gebeurt immers op het niveau van de
gladde spieren en stimuleert bijgevolg de lipolyse.

Lipolyse of vetverbranding is een fysiologisch proces, dat plaatsvindt
om energie op te wekken in het lichaam.
Vetten (hetzij afkomstig uit voeding, hetzij opgeslagen in het lichaam)
worden ‘verbrand’ en omgezet in energie (massa-energierelatie).
Bij dit proces wordt triglyceride afgebroken tot glycerol en drie
vrije vetzuurmoleculen. Het omgekeerde proces, het opbouwen
van een vet, noemt men lipogenese.

Het verbranden van 1 gram vet levert ca. 38 kJ aan energie op,
die bijvoorbeeld gebruikt kan worden om het lichaam te verwarmen
of om te bewegen. Andersom dienen er ca. 38 kJ uit vet geconsumeerd
te worden om één gram aan vet bij te komen. Ook wanneer teveel
koolhydraten (suikers of zetmeel) of eiwitten gegeten worden,
kan het overschot aan binnengekregen voeding omgezet
worden in vet en opgeslagen worden.